Reius Advocaten – Vastgoedrecht Brussel

Advocaten - Avocats - Lawyers

Reius Advocaten · Louizalaan 363 bus 26 · 1050 Brussel · info@reius.be · +32 2 616 08 10 Afgedrukt op 26 oktober 2026
Handelshuur

Handelspand zonder juiste vergunning: wat zijn uw rechten?

Vianto Pashku · · 5 min leestijd
Inhoudsopgave

Korte versie

Wanneer u een handelspand huurt zonder de noodzakelijke stedenbouwkundige of milieuvergunningen, schendt de verhuurder zijn leveringsplicht. U kan dan ontbinding van de huur vorderen, terugbetaling van betaalde huurgelden en schadevergoeding.

U hebt een handelspand gehuurd om er een restaurant, een fitnesszaak, een kapsalon of een andere handel uit te baten. Na enkele maanden, of zelfs enkele jaren, blijkt dat de vereiste stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning niet werd afgeleverd, of dat de door het gewestplan voorziene bestemming een handelsactiviteit verbiedt. Wat zijn uw rechten?

De leveringsplicht van de verhuurder

Krachtens artikel 1719 van het oud Burgerlijk Wetboek is de verhuurder ertoe gehouden het goed zo te leveren dat de huurder het kan gebruiken overeenkomstig de overeengekomen bestemming. Onder het toekomstige Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt deze verplichting versterkt: artikel 7.3.6 bepaalt uitdrukkelijk dat de verhuurder instaat voor elk gebrek aan overeenstemming, zelfs indien hij daarvan geen kennis had of kon hebben.

Concreet: huurt u een goed om er een restaurant uit te baten, dan moet de verhuurder ervoor zorgen dat de nodige vergunningen bestaan — of redelijkerwijs kunnen worden verkregen. Het Hof van Cassatie bevestigde in 2024 dat wanneer de huur betrekking heeft op een goed dat speciaal bestemd is voor een bepaalde uitbating, de verhuurder een genot moet verschaffen dat met die bestemming overeenstemt (Cass. 10 oktober 2024, AR C.23.0420.F).

Het ontbreken van een vergunning is geen dwaling — maar een schending van de leveringsplicht

Veel huurders proberen bij de ontdekking van een vergunningsprobleem de huur nietig te laten verklaren wegens dwaling. Dat lukt zelden.

Een vrederechter te Oudenaarde behandelde een typisch geval: een handelspand was verhuurd als "restaurant", maar bleek nadien gelegen in een gemeentelijke "handelsarme" zone, met een verbod op horecazaken (Vred. Oudenaarde 21 november 2022). De rechter oordeelde dat dwaling enkel een grond tot nietigheid is indien zij bestaat op het ogenblik van het sluiten van de overeenkomst. Een vergunning die pas later wordt vereist en die niet kan worden verkregen, tast de toestemming op het ogenblik van de contractsluiting niet aan.

Maar: de verhuurder is wel degelijk tekortgeschoten in zijn leveringsplicht. Hij had een goed moeten leveren dat geschikt is voor de overeengekomen bestemming, met inbegrip van de administratieve en wettelijke toebehoren. Gevolg: ontbinding van de huur ten laste van de verhuurder, en aansprakelijkheid van de vastgoedmakelaar wegens schending van zijn informatieplicht.

Functiewijziging zonder vergunning: absolute nietigheid

In ernstigere gevallen kan de huur zelfs met absolute nietigheid worden getroffen wegens schending van de openbare orde.

De rechtbank te Leuven oordeelde over een handelshuur waarbij de verhuurder bewust en gewild een handelsruimte ter beschikking stelde met als bestemming "kleinhandel", terwijl hij al jaren wist dat in het goed enkel een "ambachtelijke" activiteit mocht worden uitgeoefend (Rb. Leuven 28 november 2018). De rechter oordeelde dat een dergelijke overeenkomst ertoe strekt een toestand in strijd met de openbare orde in stand te houden, gelet op de strafrechtelijke sanctionering van stedenbouwkundige misdrijven.

Belangrijke gevolgen van een dergelijke absolute nietigheid:

  • De verjaringstermijn van de vordering tot nietigheid bedraagt tien jaar (artikel 1304 van het Burgerlijk Wetboek)

  • De nietige overeenkomst wordt geacht nooit te hebben bestaan

  • Elke belanghebbende kan de nietigheid inroepen

  • De nietigheid kan niet worden "bevestigd" door bijvoorbeeld een eenvoudig stilzwijgen

In de Leuvense zaak werd evenwel geoordeeld dat de wederkerige prestaties — het gehuurde genot enerzijds en de huur anderzijds — niet voor teruggave vatbaar zijn. De huurder verkreeg dus geen terugbetaling van de huurgelden.

Terugbetaling van de huurgelden bij ontbinding

In andere zaken werd de terugbetaling van de huurgelden wél bevolen. Een rechter in Limburg oordeelde dat een verhuurder die geen omgevingsvergunning voor een functiewijziging had verkregen, tekortgeschoten was in zijn leveringsplicht, wat leidde tot de ontbinding van de huur en de terugbetaling van de onterecht geïnde huurgelden (Rb. Limburg, afd. Hasselt, 4 mei 2023).

Onder het nieuwe Burgerlijk Wetboek (artikelen 5.115 tot 5.124) zijn de regels inzake teruggave nu uitdrukkelijk geregeld:

  • De teruggave gebeurt in natura of, indien onmogelijk, in geschatte waarde op de dag van de teruggave

  • De teruggaveplichtige moet worden vergoed voor de noodzakelijke uitgaven en de nuttige uitgaven die een meerwaarde hebben opgeleverd

  • De rechter kan de teruggave weigeren aan de partij die opzettelijk de openbare orde heeft geschonden

Woningkwaliteitsnormen bij gemengd gebruik

Een bijzonder geval: handelspanden met een woongedeelte. De vrederechter te Zoutleeuw (Vred. Zoutleeuw 8 juni 2023) bevestigde dat bij de verhuur van een handelspand met een woongedeelte, dat woongedeelte moet voldoen aan de gewestelijke woningkwaliteitsnormen, ongeacht de kwalificatie van de huur als handelshuur of woninghuur.

De schending van deze normen leidt tot de absolute nietigheid van de huur. De rechter moet ze zelfs ambtshalve vaststellen — ook al roept geen van de partijen ze in. Een gedeeltelijke nietigheid (beperkt tot het woongedeelte) is mogelijk, maar enkel indien beide partijen daarmee instemmen.

Opdeling zonder vergunning: op wie rust de bewijslast?

Een ander praktisch probleem: het goed is het resultaat van de opdeling van een groter gebouw, zonder dat voor die opdeling ooit een vergunning werd verkregen. De rechtbank te Brussel oordeelde dat het bewijs van het stedenbouwkundig misdrijf rust op de partij die zich erop beroept (Rb. Brussel 15 december 2022). U moet dus aantonen dat de opdeling plaatsvond op een datum waarop een vergunning vereist was — wat in de praktijk niet altijd eenvoudig is.

In Brussel wordt algemeen aangenomen dat de opdeling van een gebouw sinds 9 februari 1996 een vergunning vereist. Opdelingen van vóór die datum vereisten geen vergunning en kunnen niet als onregelmatig worden beschouwd.

Matiging van de nietigheid

Onder het nieuwe Burgerlijk Wetboek (artikel 5.57 BW) is een overeenkomst die niet aan de geldigheidsvoorwaarden voldoet in beginsel nietig — maar de overeenkomst blijft geldig wanneer uit de omstandigheden blijkt dat de nietigheidssanctie kennelijk ongepast zou zijn, gelet op het doel van de geschonden regel.

Dit verleent de rechter een belangrijk matigingsinstrument. Niet elke vergunningskwestie moet noodzakelijk leiden tot de vernietiging van de volledige overeenkomst — soms zijn een gedeeltelijke nietigheid of een schadevergoeding meer aangewezen.

Reius Advocaten in deze materie

Vergunningskwesties inzake handelshuur raken tegelijk aan het huurrecht, het administratief recht en het stedenbouwrecht. Reius staat zowel huurders als verhuurders bij in dit soort dossiers:

  • Onderzoek van de vergunningstoestand vóór de ondertekening

  • Vorderingen tot ontbinding wegens schending van de leveringsplicht

  • Terugvordering van betaalde huurgelden

  • Verweer tegen vorderingen tot nietigheid

  • Begeleiding bij regularisatieprocedures

Wilt u een volledig overzicht van uw positie als handelshuurder of verhuurder? Lees onze gids over de rechten en plichten bij handelshuur.

Gerelateerde expertise

Handelshuur is een bijzonder domein van het Belgisch huurrecht, geregeld door de wet van 30 april 1951.

Handelshuur

Veelgestelde vragen

Wat moet ik doen als ik vermoed dat mijn pand geen juiste vergunning heeft?

Vraag eerst een uittreksel uit het vergunningenregister bij de gemeente, en eventueel een stedenbouwkundig attest. Een specialist kan op basis daarvan beoordelen of er een vergunningsprobleem is en welke remediëring mogelijk is. Onderneem geen eenzijdige actie zonder advies — een te vlugge stopzetting van de huurbetaling kan tegen u worden gebruikt.

Moet de verhuurder mij vooraf informeren over de vergunningssituatie?

Ja, in toenemende mate wel. Recente rechtspraak en de doctrine versterken de informatieplicht van de verhuurder en van zijn makelaar. Als de verhuurder bewust verzwijgt dat het pand niet vergund is voor uw activiteit, kan dit ook leiden tot aansprakelijkheid op grond van pre-contractuele goede trouw.

Kan ik mijn huurbetalingen stopzetten als ik ontdek dat het pand niet vergund is?

Niet zomaar. Eenzijdige stopzetting kan u in een zwakkere positie brengen. De juiste route is een ingebrekestelling, gevolgd door een vordering tot ontbinding bij de vrederechter — met eventueel een verzoek tot opschorting van de huurbetaling tijdens de procedure.

Wat als de verhuurder de regularisatie probeert te bekomen?

Dat is gunstig voor beide partijen. Een lopende regularisatieprocedure kan een argument zijn om geen onmiddellijke ontbinding uit te spreken. Maar als de regularisatie faalt of jaren aansleept, blijft uw recht op ontbinding en schadevergoeding bestaan.

Wat is het verschil tussen een onvergunde bestemming en een onvergunde verbouwing?

Een onvergunde bestemming betekent dat het pand wordt gebruikt voor een activiteit waarvoor geen geldige stedenbouwkundige vergunning bestaat — bijvoorbeeld een handelszaak in een pand met louter woonbestemming. Een onvergunde verbouwing betekent dat fysieke ingrepen aan het pand zijn uitgevoerd zonder vergunning, terwijl de bestemming op zich wel correct is. Beide situaties kunnen problemen veroorzaken, maar de juridische gevolgen verschillen: nietigheid van de huur is vooral een risico bij onvergunde bestemming, terwijl onvergunde verbouwingen eerder leiden tot regularisatie- of herstelvorderingen.

Kan ik schadevergoeding eisen als ik investeringen heb gedaan in een pand dat achteraf niet correct vergund blijkt?

Ja, mits u bewijst dat de verhuurder wist of moest weten van de onvergunde situatie en u daarover niet heeft geïnformeerd. De grondslag is artikel 1382-1383 oud BW (precontractuele aansprakelijkheid) of de leveringsplicht van artikel 1719 oud BW. Vergoedbaar zijn: niet-afgeschreven inrichtingswerken, verlies van cliënteel als u moet sluiten, en kosten van verhuis. De vergoeding wordt verminderd in de mate dat u zelf had kunnen of moeten weten van het probleem — bijvoorbeeld als u een professionele uitbater bent in een gevoelige sector.

Wat als alleen een deel van mijn pand niet correct vergund is?

De vrederechter zal bekijken of het probleem een wezenlijk deel van uw uitbating raakt. Bij een gedeeltelijke onvergunde bestemming is de huur niet automatisch volledig nietig — een rechter kan een gedeeltelijke nietigheid uitspreken of de huurprijs proportioneel verminderen voor het problematische deel. De recente rechtspraak onder Boek 5 BW (artikel 5.57 en 5.63) laat de rechter meer ruimte om nietigheid te moduleren in plaats van de hele overeenkomst te vernietigen. De concrete impact op uw uitbating is doorslaggevend.

Twijfelt u over uw situatie?

De advocaten van Reius staan voor u klaar voor persoonlijk juridisch advies.

Maak een afspraak →