Reius Advocaten – Vastgoedrecht Brussel

Advocaten - Avocats - Lawyers

Reius Advocaten · Louizalaan 363 bus 26 · 1050 Brussel · info@reius.be · +32 2 616 08 10 Afgedrukt op 1 november 2026
Handelshuur

Huurvermindering handelshuur bij overmacht of crisis: kan dat?

Vianto Pashku · · 5 min leestijd
Inhoudsopgave

Korte versie

Wanneer overmacht — zoals Covid-19, een natuurramp of een overheidsmaatregel — de uitbating van uw handelszaak verhindert, kan u huurvermindering of zelfs ontbinding van de huurovereenkomst vorderen. Drie recente cassatie-arresten verduidelijken hoe.

De coronapandemie heeft fundamenteel veranderd hoe de Belgische rechtbanken overmacht in handelshuurrelaties benaderen. De principes uit de Covid-rechtspraak overstijgen die specifieke crisis: ze zijn relevant voor elke situatie waarin externe omstandigheden de uitbating van een handelszaak onmogelijk maken.

De wettelijke grondslag: artikel 1722 oud Burgerlijk Wetboek

Het uitgangspunt staat in artikel 1722 oud BW: wordt het gehuurde goed tijdens de duur van de huur volledig tenietgedaan door een toevallige gebeurtenis, dan is de huur van rechtswege ontbonden. Bij gedeeltelijke tenietdoening kan de huurder, naargelang de omstandigheden, een prijsvermindering of de ontbinding van de huur vragen.

Dit artikel viseert een materiële tenietdoening — een brand, een overstroming, een instorting. Maar wat als het gebouw fysiek intact blijft, maar de uitbating onmogelijk wordt door overheidsmaatregelen of een geval van overmacht? Het Hof van Cassatie heeft tussen 2023 en 2024 in drie principearresten verduidelijking gebracht.

Cassatiearrest 1: Een tijdelijke overmacht volstaat

In een arrest van 26 mei 2023 (Cass. AR C.22.0296.N) bevestigde het Hof van Cassatie dat artikel 1722 oud BW een blijvende of tijdelijke onmogelijkheid voor de verhuurder veronderstelt om het overeengekomen genot te verschaffen.

Concreet: wanneer een gehuurde handelsruimte, geheel of gedeeltelijk, niet langer toegankelijk is voor het publiek door de overheidsmaatregelen tegen Covid-19, gaat het om een tijdelijke onmogelijkheid in de zin van artikel 1722 oud BW.

Het Hof voegde eraan toe dat de overmacht die een partij belet haar verbintenissen uit te voeren, in een wederkerige overeenkomst de verbintenissen van de medecontractant opschort indien de verhindering tijdelijk is en de overeenkomst nadien nog nuttig kan worden uitgevoerd.

Praktische gevolgen voor de huurder:

  • De verplichting tot betaling van de huur kan worden opgeschort tijdens de periode van onmogelijkheid

  • Na de periode van onmogelijkheid kan de huur worden voortgezet indien beide partijen daar nog belang bij hebben

  • Een rechter die enkel een "tijdelijke" onmogelijkheid vaststelt en om die reden de toepassing van artikel 1722 oud BW afwijst, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht

Cassatiearrest 2: De overmacht hoeft niet aan de verhuurder toerekenbaar te zijn

Een tweede principearrest van 7 september 2023 (Cass. AR C.22.0437.N) verwierp een verkeerde interpretatie van het hof van beroep te Antwerpen.

De appelrechter had geoordeeld dat er slechts een blijvende of tijdelijke onmogelijkheid voor de verhuurder kon zijn indien de genotsstoornis aan de verhuurder toerekenbaar was. Het Hof van Cassatie verbrak die beslissing: de genotsstoornis staat los van de contractuele aansprakelijkheid van de verhuurder.

Dit is een fundamentele bevestiging: de huurder moet geen fout in hoofde van de verhuurder bewijzen. Een externe overmacht — overheidsmaatregelen, natuurrampen, pandemieën — volstaat om de bescherming van artikel 1722 oud BW in te roepen.

Cassatiearrest 3: De feitenrechter beoordeelt het volledige of gedeeltelijke karakter

In een derde arrest van 13 september 2024 (Cass. AR C.23.0370.N) werd de beoordelingsbevoegdheid van de feitenrechter bevestigd. Het komt de feitenrechter toe te beoordelen:

  • Of de genotsstoornis volledig of gedeeltelijk is

  • Welke de gevolgen daarvan zijn voor de vordering tot ontbinding of tot huurvermindering

Concreet betekent dit dat een vrederechter over een marge beschikt om naar billijkheid te oordelen, rekening houdend met de specifieke uitbating, het type handel, de werkelijke impact van de overmacht en de mate waarin de huurder zich heeft kunnen heroriënteren, bijvoorbeeld naar afhaal of onlineverkoop.

Wanneer is deze rechtspraak van toepassing buiten Covid?

De Covid-arresten zijn formeel beperkt tot de coronapandemie, maar de juridische principes zijn algemeen van toepassing. Volgens deze rechtspraak is artikel 1722 oud BW van toepassing wanneer:

  • Een externe overmachtsfactor zich voordoet (overheidsmaatregel, natuurramp, pandemie, oorlog)

  • Die factor de uitbating van het gebouw overeenkomstig de overeengekomen bestemming geheel of gedeeltelijk onmogelijk maakt

  • De situatie blijvend of tijdelijk is — beide genieten de bescherming

Mogelijke toekomstige toepassingen:

  • Een nieuwe pandemie met sluitingsmaatregelen

  • Een energiecrisis die uw uitbating onmogelijk maakt

  • Een terreuraanslag of een evacuatiezone die uw handelszaak isoleert

  • Een natuurramp die het gebouw zelf intact laat maar de toegang of de openbare voorzieningen verstoort

De herziening van de huurprijs als alternatief

Naast de bescherming van artikel 1722 oud BW kunt u ook een herziening van de huurprijs vragen op grond van artikel 6 van de Handelshuurwet. Het Hof van Cassatie bevestigde in 2024 dat een onzekere economische conjunctuur door een wereldwijde pandemie als een objectieve omstandigheid kan worden beschouwd bij de bepaling van de normale huurwaarde (Cass. 4 oktober 2024, AR C.23.0272.N).

Deze procedure verloopt parallel met de overmachtsvordering en kan een duurzame oplossing bieden voor de volgende driejarige periode.

Wat verandert er onder Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek?

Het toekomstige Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek herstructureert de overmachtsregeling. Artikel 7.3.35 van het voorontwerp bepaalt:

"Wordt het gehuurde goed tijdens de duur van de huur volledig tenietgedaan door een toevallige gebeurtenis, dan is de huur van rechtswege ontbonden. Wordt het gehuurde goed tijdens de duur van de huur gedeeltelijk tenietgedaan door een toevallige gebeurtenis, dan kan de huurder, naargelang de omstandigheden, ofwel een prijsvermindering, ofwel de ontbinding inroepen. In geen van beide gevallen is er schadevergoeding verschuldigd."

Belangrijke wijziging: er is geen uitbreiding meer naar de "tijdelijke tenietdoening". Onder Boek 7 BW is artikel 7.3.35 dus enkel van toepassing op een werkelijke tenietdoening — en niet op situaties waarin het gebouw fysiek intact blijft maar de uitbating tijdelijk onmogelijk wordt.

Dit betekent dat de Covid-rechtspraak over tijdelijke overmacht onder de oude wet zal moeten worden ingeroepen voor situaties van vóór de inwerkingtreding van Boek 7 BW. Voor toekomstige crisissen onder het nieuwe recht zal de huurder zich wellicht meer moeten steunen op de algemene overmachtsleer (artikel 5.226 BW) en op de imprevisieleer.

Praktische tips bij overmacht

  • Documenteer de impact zo nauwkeurig mogelijk. Foto's, omzetcijfers vóór en tijdens de crisis, sluiting van de winkelstraat, bewijs van de overheidsmaatregelen.

  • Stuur een ingebrekestelling naar de verhuurder waarin u uw vordering tot huurvermindering of ontbinding aankondigt. Onderbouw ze met cijfers.

  • Onderhandel eerst minnelijk. Veel verhuurders staan open voor een tijdelijke vermindering om de huurder als toekomstige klant te behouden.

  • Vrijwaar uw rechten binnen de termijnen. De verjaringstermijn van uw vordering blijft lopen, ook tijdens de crisis.

  • Laat u juridisch bijstaan voordat u eenzijdig stopt met de betaling van de huur. Een ongerechtvaardigde stopzetting kan leiden tot de ontbinding van de huur ten laste van de huurder.

Wilt u een volledig overzicht van uw positie als handelshuurder of verhuurder? Lees onze gids over de rechten en plichten bij handelshuur.

Gerelateerde expertise

Handelshuur is een bijzonder domein van het Belgisch huurrecht, geregeld door de wet van 30 april 1951.

Handelshuur

Veelgestelde vragen

Kan ik huurvermindering eisen voor een gewone economische tegenslag?

Nee. Artikel 1722 oud BW vereist een objectieve onmogelijkheid om het pand te gebruiken voor de overeengekomen bestemming. Een gewone omzetdaling, slechte conjunctuur of toegenomen concurrentie volstaat niet. U hebt een externe overmachtsfactor nodig die uw uitbating fysiek of juridisch onmogelijk maakt.

Hoeveel huurvermindering kan ik krijgen?

Dat hangt af van de mate waarin uw genot is verstoord. Bij volledige sluiting kan een vrederechter tot 100% huurvermindering toekennen voor de duur van de onmogelijkheid. Bij gedeeltelijke beperking (bijvoorbeeld take-away mogelijk maar niet ter plaatse consumeren) zal de vermindering proportioneel zijn. De rechter beoordeelt dit naar billijkheid.

Heeft mijn handelszaakverzekering geen oplossing?

Sommige bedrijfsschadeverzekeringen dekken inderdaad omzetderving door externe omstandigheden. Tijdens Covid bleek echter dat veel polissen pandemieën uitsluiten. Controleer uw polis en uw uitsluitingen zorgvuldig — een verzekeringstussenkomst en een huurvermindering hoeven elkaar niet uit te sluiten, maar dubbele compensatie wordt soms verrekend.

Mijn verhuurder weigert elke discussie — wat nu?

Een ingebrekestelling per aangetekende brief, gevolgd door een dagvaarding bij de vrederechter. De vrederechter kan in het kader van een kort geding of een procedure ten gronde een huurvermindering of opschorting bevelen. De procedure neemt enkele maanden tot een jaar in beslag — onderhandelen blijft meestal sneller en goedkoper.

Hoelang duurt een procedure tot huurvermindering bij de vrederechter?

Een procedure ten gronde voor de vrederechter neemt typisch zes maanden tot een jaar in beslag, afhankelijk van de complexiteit en eventuele deskundigenonderzoeken. Bij hoogdringendheid — bijvoorbeeld als uw cashflow acuut onder druk staat — kan u een kort geding inleiden, dat binnen enkele weken tot enkele maanden uitspraak doet. Een kort geding biedt enkel voorlopige maatregelen, geen definitieve uitspraak ten gronde. In de praktijk bereiken veel partijen een minnelijk akkoord vóór de uitspraak — zeker als de vrederechter tijdens de procedure aangeeft welke richting hij denkt op te gaan.

Kan ik huurvermindering eisen met terugwerkende kracht voor een overmachtsperiode die al voorbij is?

Ja, voor een redelijke periode in het verleden. De Cassatie-rechtspraak van 2023-2024 sluit retroactieve huurvermindering niet uit als de overmachtssituatie aantoonbaar was op de bewuste momenten. U moet wel snel handelen — een vordering jaren na de feiten zal de rechter sceptisch maken. De algemene verjaringstermijn voor contractuele vorderingen is tien jaar (artikel 2262bis oud BW), maar in de praktijk verzwakt uw bewijslast naarmate de tijd vordert. Documenteer dus tijdig — sluitingsbevelen, omzetcijfers, verzekeringscorrespondentie.

Wat als de overmacht slechts een deel van mijn pand treft?

De vrederechter past dan een proportionele huurvermindering toe op basis van de werkelijke impact op uw uitbating. Voorbeeld: een keuken in een restaurant valt uit door een waterlek — als u nog beperkte service kan aanbieden via een tweede ruimte, krijgt u geen 100% huurvermindering maar bijvoorbeeld 60-70%. De rechter beoordeelt naar billijkheid en houdt rekening met welk percentage van het pand effectief onbruikbaar is, hoelang dit duurt, en of u redelijke alternatieven hebt benut.

Twijfelt u over uw situatie?

De advocaten van Reius staan voor u klaar voor persoonlijk juridisch advies.

Maak een afspraak →