Zakelijke rechten
Zakelijke rechten vormen de juridische ruggengraat van elk vastgoedpatrimonium. Het Belgisch goederenrecht werd fundamenteel hervormd door de Wet van 4 februari 2020 houdende Boek 3 'Goederen' van het Burgerlijk Wetboek, in werking getreden op 1 september 2021.
Wat wij voor u doen
- Vruchtgebruik: vestiging, beheer, conflicten tussen vruchtgebruiker en blote eigenaar
- Erfpacht en opstalrecht: opstellen van contracten conform Boek 3 BW
- Erfdienstbaarheden: vaststelling, uitoefening, betwisting en opheffing
- Zakelijke rechten in het kader van projectontwikkeling en fiscale planning
- Analyse van de impact van Boek 3 BW op bestaande contracten en structuren
Boek 3 BW: toepassingsgebied en overgangsrecht
Boek 3 BW geldt in principe enkel voor rechtshandelingen en rechtsfeiten die plaatsvinden na 1 september 2021. Voor zakelijke rechten gevestigd vóór die datum blijven in principe de vroegere wettelijke regelingen van toepassing. ⚠ Het parallel bestaan van het oude en het nieuwe regime vereist een zorgvuldige analyse per dossier.
Belangrijkste wijzigingen Boek 3 BW
Erfpacht: minimumduur verlaagd van 27 naar 15 jaar; maximumduur 99 jaar. Opstalrecht: maximumduur verhoogd tot 99 jaar. Vruchtgebruik voor rechtspersonen: maximumduur verhoogd van 30 naar 99 jaar. Erfdienstbaarheden: kunnen voortaan ook op gebouwen worden gevestigd.
Voor wie?
Eigenaars en particulieren bij vermogensplanning of familiale overdracht van vastgoed, vastgoedinvesteerders en projectontwikkelaars die werken met erfpacht- en opstalstructuren, overheden bij publiekrechtelijke erfdienstbaarheden, en bedrijven die zakelijke rechten gebruiken als fiscaal instrument.
Veelgestelde vragen over zakelijke rechten
Wat is het verschil tussen erfpacht en opstalrecht?
Bij erfpacht krijgt de erfpachter het recht om andermans grond te gebruiken en de vruchten ervan te plukken, in ruil voor een vergoeding (canon). Bij opstalrecht heeft de opstalhouder het recht om op andermans grond gebouwen op te richten die hem toebehoren. Beide rechten zijn beperkt in de tijd en worden vaak gebruikt bij vastgoedprojecten.
Wat is een erfdienstbaarheid en hoe ontstaat ze?
Een erfdienstbaarheid is een last op een onroerend goed (het dienende erf) ten voordele van een ander onroerend goed (het heersende erf). Ze kan ontstaan door overeenkomst, testament, wet of verjaring. Voorbeelden zijn het recht van doorgang of het verbod om boven een bepaalde hoogte te bouwen.
Kan ik een erfdienstbaarheid laten uitdoven?
Ja, een erfdienstbaarheid kan tenietgaan door verjaring (30 jaar niet-gebruik), door vermenging van beide erven in één eigenaar, of door formele afstand. Een advocaat kan nagaan of de voorwaarden voor uitdoving zijn voldaan en de nodige juridische stappen ondernemen.
Wat zijn mijn rechten als vruchtgebruiker van een woning?
De vruchtgebruiker heeft het recht het goed te gebruiken en de inkomsten ervan te innen (bv. huurinkomsten), maar mag het goed niet verkopen. Hij moet het goed onderhouden en de gewone herstellingen uitvoeren. De naakte eigenaar behoudt het eigendomsrecht maar kan niet over het goed beschikken zolang het vruchtgebruik loopt.
Heeft u een vraag over zakelijke rechten? Neem vrijblijvend contact op.
Neem contact op