Bij renovatie en sloop van panden van vóór 2001 is asbest eerder regel dan uitzondering. Voor de aannemer levert dat een gelaagde aansprakelijkheid op: milieustrafrechtelijk tegenover de overheid, arbeidsrechtelijk tegenover zijn werknemers en contractueel tegenover de bouwheer. Wie sloop- of verwijderingswerken laat uitvoeren, doet er goed aan te weten hoe die drie sporen in elkaar grijpen — en waar de risico's precies liggen.
Zelf verwijderen of gespecialiseerde firma: wat VLAREM II toelaat
De basisregels staan in VLAREM II (artikel 4.7.0.1). Niet elke asbesttoepassing moet door een erkende firma worden weggehaald. Een particulier mag onder strikte voorwaarden bepaalde hechtgebonden, onbeschadigde toepassingen — asbestcementplaten, golfplaten, vloertegels — zélf verwijderen, zolang er geen vrije vezels zichtbaar zijn (§2). Het decreet koppelt daar duidelijke veiligheidsvoorschriften aan (§3): het materiaal bevochtigen of fixeren, manueel en voorzichtig te werk gaan, niet breken of gooien, in gesloten verpakking afvoeren, geen minderjarigen in de buurt en zichzelf beschermen met minstens een stofmasker van het type P3. Uitdrukkelijk verboden is het bewerken van asbest met werktuigen die vezels losmaken: hogedrukreinigers en schuurmachines mogen niet worden gebruikt.
Risicovolle en niet-hechtgebonden toepassingen — spuitasbest, bepaalde isolatie, beschadigd materiaal met loszittende vezels — vallen buiten deze uitzondering. Die mogen uitsluitend door een erkende, gespecialiseerde onderneming worden verwijderd. Voor een professionele aannemer geldt bovendien nooit de soepele "doe-het-zelf"-regeling: van hem wordt de best beschikbare techniek en een correcte, veilige uitvoering verwacht.
Sloop: destructieve inventaris en sloopopvolgingsplan
Bij sloop komt er een tweede laag verplichtingen bij. Naast de niet-destructieve asbestinventaris moet vaak een destructieve asbestinventaris worden opgemaakt, die ook de verborgen asbest en de overige afvalstromen in kaart brengt vóór de eerste steen valt. Voor substantiële sloopprojecten is daarenboven een sloopopvolgingsplan verplicht (VLAREMA, artikel 4.3.3). De drempels: een volledige of gedeeltelijke sloop van een infrastructuurwerk van meer dan 250 m³, een residentieel gebouw van meer dan 5.000 m³ of een niet-residentieel gebouw van meer dan 1.000 m³.
Tijdens de werken geldt de plicht om selectief te slopen: gevaarlijke afvalstoffen zoals asbesthoudend materiaal worden afzonderlijk ingezameld, en er wordt niet zomaar alles op één hoop gegooid. Voor de opvolging bestaat een erkende sloopbeheersorganisatie — in Vlaanderen is dat Tracimat. Een afbraakaannemer die daarbij aansluit, laat de sloop attesteren en verkleint zo het risico op discussies en bijkomende kosten achteraf. Dat selectief slopen de afbraakkost verhoogt, maakt duidelijke afspraken vooraf des te belangrijker.
Nalatig slopen: vervolging van vennootschap én zaakvoerder
Wie deze regels naast zich neerlegt, zit in het milieustrafrecht. De correctionele rechtspraak is streng en verwacht een ontradend effect van de opgelegde straffen. Zo werd een aannemer die nalatig had gewerkt correctioneel veroordeeld, waarbij zowel de rechtspersoon als de betrokken natuurlijke persoon werden bestraft (Corr. Gent 22 april 2008). Die cumulatie van vennootschap en zaakvoerder is geen alleenstaand geval. In een recenter dossier waarin de verplichte hermetische zone niet was toegepast bij het verwijderen van een asbesthoudende vinylvloer, werden de tenlasteleggingen eveneens bewezen verklaard (Corr. Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, 21 januari 2020). Een schuilplaats achter de vennootschap biedt de feitelijke uitvoerder dus geen garantie.
De werkgever blijft verantwoordelijk, ook met een externe aannemer
Op de werkvloer speelt daarnaast de Codex Welzijn op het Werk. Een werkgever moet een asbestinventaris opmaken, een risicoanalyse uitvoeren, in bepaalde gevallen een beheersprogramma opstellen en zijn werknemers informeren. Een misverstand is dat die verplichting verdwijnt zodra men een gespecialiseerde firma inschakelt. Het Hof van Cassatie heeft bevestigd dat de werkgeversverplichting rond de asbestinventaris blijft bestaan, óók wanneer de werkgever voor de eigenlijke werken een beroep doet op een externe aannemer (Cass. 25 november 2019). U besteedt de uitvoering uit, niet uw verantwoordelijkheid.
Wie draagt het risico van "onvoorzien" asbest?
Contractueel rijst de vraag of asbest een onvoorzienbare omstandigheid is die een prijsherziening rechtvaardigt. Het antwoord hangt af van wat de aannemer wist of kon weten. Wie asbest kende — bijvoorbeeld omdat een voorafgaand rapport bijkomend onderzoek aanraadde — en toch een vaste prijs opgaf, neemt dat risico op zich en kan zich nadien niet meer op onvoorzienbaarheid beroepen (Luik 19 maart 2019, met verwijzing naar de onvoorzienbaarheidsregeling van het algemeen bestek). Van een professioneel wordt bovendien verwacht dat hij zijn zorgplichten kent en bij oudere gebouwen rekening houdt met de mogelijke aanwezigheid van asbest.
Zelfs wie contractueel een resultaatsverbintenis op zich nam, is niet volledig zonder uitweg: op grond van de artikelen 1147-1148 BW kan hij aan die verbintenis ontsnappen door een vreemde oorzaak of overmacht aan te tonen — desnoods de fout van een derde of van de benadeelde zelf. Maar de bewijslast daarvan is zwaar, en louter "het viel tegen" volstaat niet.
Professionele aannemer is geen professionele verkoper
Een belangrijke nuance: een professionele aannemer wordt niet zonder meer gelijkgesteld met een professionele verkoper. Er geldt geen principiële regel dat hij, zoals de professionele verkoper, elk verborgen gebrek geacht wordt te kennen (Cass. 5 december 2002). Toch is die geruststelling betrekkelijk. Lagere rechtspraak legt op de professionele aannemer alsnog een verzwaarde aansprakelijkheid: hij kan zich pas bevrijden door het onnaspeurbare karakter van het gebrek te bewijzen, en die bewijslast draagt hij zelf (Luik 11 juni 2007). Of hij daarin slaagt, hangt sterk af van de aard van de opdracht en van de vraag of het om een resultaats- dan wel een inspanningsverbintenis gaat. Treedt de aannemer daarentegen zélf op als verkoper van wat hij bouwde, dan verschuift de beoordeling opnieuw: hoe de rechtspraak de aannemer of zelfbouwer als verkoper behandelt, bespreken we in een afzonderlijke bijdrage.
Gecontamineerd materiaal en de kwalitatieve vordering
Een bijzonder scenario is dat van met asbest gecontamineerd materiaal — denk aan straalgrit dat asbestvezels bleek te bevatten. Wordt zo'n contaminatie vastgesteld en ligt de werf stil, dan is de vraag wie de schade draagt: de aannemer die het materiaal gebruikte, of de leverancier of producent ervan? De aannemer die wordt aangesproken, kan zich verweren via de artikelen 1147-1148 BW door een niet-toerekenbare vreemde oorzaak aan te tonen. Belangrijk voor de bouwheer is dat de vrijwaringsplicht mee overgaat: als kwalitatieve vordering kan hij de leverancier van het gebrekkige materiaal rechtstreeks aanspreken (Cass. 18 mei 2006). De schadelast blijft dus niet noodzakelijk bij de laatste schakel hangen.
Regel asbest uitdrukkelijk in het bestek
De rode draad is dat vrijwel elk asbestgeschil bij aanneming teruggaat op wat vooraf werd — of net niet werd — afgesproken. Begint men aan werken zonder dat over asbest iets op papier staat, dan volgt onvermijdelijk de discussie of het probleem al in de oorspronkelijke offerte begrepen was en of de aannemer het had moeten zien. Wat voorzienbaar is en wat niet, laat zich contractueel moduleren. Neem asbest daarom uitdrukkelijk op in het bestek: leg vast wie welk voorafgaand onderzoek uitvoert, hoe met eventuele vondsten wordt omgegaan en wie de meerkost draagt. Zo vermijdt u een stilgelegde werf en een ontwrichte planning. Verspreidt de aannemer bij dit alles asbest naar aanpalende percelen, dan komt bovendien de burenhinder in beeld — daarover leest u meer in asbest en burenhinder. Hoe deze aannemersaansprakelijkheid past in het volledige asbestdossier, vindt u in onze gids over asbest in vastgoed.
Hoe Reius Advocaten u kan bijstaan
Hebt u een concreet dossier als bouwheer of aannemer waarin asbest een rol speelt? Reius Advocaten begeleidt u bij de beoordeling van uw rechten en plichten, toetst uw bestek en contractuele afspraken en staat u waar nodig bij in de procedure, ook wanneer de werf al stilligt. Neem gerust contact op via info@reius.be of het contactformulier.