Reius Advocaten – Vastgoedrecht Brussel

Advocaten - Avocats - Lawyers

Reius Advocaten · Louizalaan 363 bus 26 · 1050 Brussel · info@reius.be · +32 2 616 08 10 Afgedrukt op 1 november 2026
Bouw & Aanneming

Aannemer zonder schriftelijk contract: hoe sterk staat u?

Vianto Pashku · · 7 min leestijd
Inhoudsopgave

Korte versie

Veel aannemingsdossiers vertrekken van een offerte, een handdruk en een aanbetaling — niet van een uitgewerkt contract. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn: het Belgisch recht erkent aanneming zonder geschrift. Maar wanneer er ruzie ontstaat over de prijs of de omvang van de werken, blijkt de afwezigheid van een geschrift duur te zijn — vooral voor wie de bewijslast draagt.

U liet werken uitvoeren op basis van een offerte, een mondeling akkoord en een paar e-mails. Achteraf stuurt de aannemer een factuur die hoger is dan u verwachtte, of die werken bevat waarvan u dacht dat ze in het oorspronkelijk akkoord zaten. Of u betwist een meerwerk waar u nooit uitdrukkelijk mee instemde. Geen formeel contract betekent niet dat er geen overeenkomst is — maar de bewijslast wordt het grote thema. En recente rechtspraak zet die bewijslast scherper in beeld.

Veel bouwheren ontdekken pas bij het eerste conflict hoe broos hun papierdossier eigenlijk is. Een handtekening op een offerte zonder algemene voorwaarden, een aanbetaling op basis van een Excel-overzicht, e-mails met technische details maar zonder prijsbevestiging. Het Hof van Cassatie heeft op 5 december 2022 verduidelijkt dat een aannemingsovereenkomst kan worden bewezen door het gedrag van partijen, en het hof van beroep te Bergen heeft op 2 juni 2022 de marginale prijscontrole bevestigd. In dit artikel leest u welke principes uw bewijspositie versterken — of, omgekeerd, hoe u kunt anticiperen op een aannemer die een twijfelachtige factuur indient.

Een aannemingsovereenkomst is consensueel — geschrift is geen geldigheidsvoorwaarde

Het uitgangspunt: een aannemingsovereenkomst is een consensueel contract. Zij komt tot stand door wilsovereenstemming over het werk en de prijs. Geen handtekening, geen authentieke akte, geen aangetekend schrijven. Wie iets anders beweert, plaatst de schriftelijkheid op het verkeerde niveau.

Het Hof van Cassatie heeft deze regel recent nog verfijnd. In zijn arrest van 5 december 2022 (Cass. AR C.22.0134.N) bevestigde het dat een aannemingsovereenkomst kan worden bewezen door het gedrag van een van de partijen. Het bestellen van meerwerken, het uitvoeren van werken, het zonder protest in ontvangst nemen van prestaties: al deze gedragingen kunnen krachtens artikel 8.31, tweede lid BW als buitengerechtelijke bekentenis gelden. En zo'n bekentenis levert bewijs op tegen wie ze heeft gedaan, tenzij ze niet oprecht is (artikel 8.32 BW).

Voor u als bouwheer of als aannemer betekent dit: ook zonder schriftelijke overeenkomst kunt u contractuele rechten doen gelden. Maar omgekeerd kan uw eigen gedrag ook tegen u worden gebruikt — een aanbetaling, een fotoverslag, een rondleiding, een e-mail waarin u resultaten bespreekt: alle dragen ze de stempel van impliciete instemming.

Bewijs van de prijs: een afzonderlijke uitdaging

Anders ligt het wanneer de prijs zelf wordt betwist. Een aannemingsovereenkomst is een contract onder bezwarende titel waarvan de prijs een essentieel element is. Wanneer de prijs niet vaststaat, moet hij bij de totstandkoming van de overeenkomst kunnen worden bepaald. Het is toegelaten dat de aannemer de prijs vaststelt — maar de rechter behoudt een marginale controlebevoegdheid: een aannemer mag geen abnormaal hoge prijs eisen.

Het hof van beroep te Bergen oordeelde op 2 juni 2022 (Bergen 16e k. nr. 2021/RG/409, JLMB 2023, afl. 36, 1608, T.Aann. 2023, afl. 2, 225) over een dossier waarin de aannemer geen bewijs leverde dat de opdrachtgever met zijn prijs had ingestemd. Geen ondertekende offerte, geen beschrijving van de werken in de offerte of facturen, geen prijsdocumentatie. Drie tegenofferten van de bouwheer toonden bovendien aan dat de gevraagde prijs niet gerechtvaardigd was. Het hof verminderde de prijs tot een redelijk bedrag op grond van artikel 1134, lid 3 oud BW (nu artikel 5.73 BW): de goede trouw verbiedt een aannemer om misbruik te maken van het ontbreken van een vaste prijs.

Voor u als bouwheer is dit een belangrijke vaststelling: ook zonder schriftelijk akkoord over de prijs kunt u via de marginale controle een onredelijk hoge factuur laten verminderen — als u zelf documentatie aanvoert (vergelijkende offertes, marktprijzen, prijscatalogi).

Algemene voorwaarden: alleen wat bewezen is, telt

Veel aannemers verwijzen op hun offertes of facturen naar algemene voorwaarden. De vraag is of die voorwaarden ook werkelijk deel uitmaken van het contract. Het antwoord van het hof van beroep te Brussel (Brussel 4 januari 2024, JLMB 2024, afl. 27, 1204) is helder: de aannemer kan zich niet beroepen op algemene voorwaarden waarvan hij niet aantoont dat ze deel uitmaken van het contract tussen partijen. Een offerte zonder ondertekend exemplaar van de algemene voorwaarden, en zonder zelfs een reproductie van de ingeroepen clausule, volstaat niet.

Voor u betekent dit: een aannemer die zich op zijn algemene voorwaarden beroept (om bijvoorbeeld een verkorte protestklacht-termijn op te leggen, om aansprakelijkheid te beperken, of om voorwaarden voor meerwerken vast te leggen), draagt de bewijslast dat die voorwaarden u kenbaar werden gemaakt vóór of bij het sluiten van het contract. Een verwijzing achteraan op een factuur, of een loutere vermelding op een offerte zonder kopie, is doorgaans onvoldoende.

Bewijs van gebreken: deurwaardersvaststelling volstaat niet

Hetzelfde Brusselse arrest van 4 januari 2024 voegt een tweede les toe. Wanneer u als bouwheer gebreken aanklaagt, moet u die bewijzen — en bij technische kwesties is dat zelden mogelijk zonder tegensprekelijk deskundigenonderzoek. Een vaststelling door een gerechtsdeurwaarder volstaat niet. Foto's van slechte kwaliteit waarmee de oorsprong van de gebreken niet vastgesteld kan worden, evenmin.

In de praktijk komt dit erop neer: een dossier zonder deskundigenrapport is een zwak dossier. Voor het in kaart brengen van gebreken na de oplevering, zie ook de spoke over lichte verborgen gebreken na oplevering.

B2C-bescherming: de transparantievereiste

Wanneer u als particulier (consument) met een professionele aannemer contracteert, geldt een extra beschermingslaag. Artikel V.2, 1° en artikel VI.37 § 1 WER verplichten de onderneming om u vóór de contractsluiting de voornaamste kenmerken van de dienst mee te delen — onder meer welke prestaties zullen worden uitgevoerd en welke kosten daarmee gepaard gaan.

Het hof van beroep te Antwerpen (Antwerpen B2E2e k. nr. 2023/AR/1193, 10 september 2024) paste deze regel streng toe op een binnenhuisarchitect die een ereloon van 6% op de kostprijs combineerde met een uurtarief in de uitvoeringsfase, zonder verdere precisering. Het hof oordeelde dat geen van beide bedingen voldeed aan de transparantievereiste. De architect was verplicht de opeenvolgende prestaties aan te duiden en minstens een indicatie te geven van de daaraan verbonden kosten. Bij twijfel over de betekenis van een beding prevaleert de voor de consument gunstigste interpretatie (artikel VI.37 § 2 WER).

Voor B2C-aannemingscontracten is een precaire prijscalculatie dus geen gebrek aan service, maar een potentiële schending van de informatieplicht — die u toelaat ofwel het beding niet-toepasselijk te laten verklaren ofwel een gunstiger interpretatie af te dwingen.

Wat als de aannemer zich op meerwerken beroept zonder uw schriftelijk akkoord?

Een veelvoorkomend conflict. De aannemer voert "extra" werk uit en factureert dat achteraf, zonder dat u expliciet schriftelijk akkoord ging. Onder het oude artikel 1793 BW gold een streng formalisme bij vaste-prijscontracten voor de oprichting van een gebouw: zonder geschrift was elke prijswijziging onrechtmatig. Het wetsvoorstel Boek 7 BO schaft dit artikel af, maar het hof van beroep te Antwerpen heeft de balans al gekanteld in zijn arrest van 16 april 2024 (Antwerpen B2E2e k. nr. 2023/AR/1007, DAOR 2025, afl. 153, 20): bij gebrek aan informatie over meerwerken kan de consument ervan uitgaan dat alle uitgevoerde werken in de oorspronkelijke overeenkomst begrepen waren. Hij hoeft geen vergoeding voor meerwerken te betalen.

Het juridisch kader rond meerwerken is complex en evolueert snel. Lees daarom ook de spoke over meerwerken die de aannemer extra factureert.

Praktisch: wat doet u als de bewijspositie wankel is?

Een dossier zonder formeel contract leidt zelden tot een snelle uitkomst. Maar een goed onderbouwd dossier wel — ook achteraf. Verzamel alle e-mailcorrespondentie, sms'en, foto's met datum, betalingsbewijzen, getuigen, leveringsbonnen. Vraag aan iedereen die op de werf was om zijn versie kort op papier te zetten. Vraag een bouwkundig deskundige om een minnelijk technisch rapport. Bij twijfel: stel via een advocaat een gerechtsdeskundige aan via een eenzijdig verzoek bij de voorzitter van de rechtbank.

Voor het ruimere overzicht van uw rechten als bouwheer, zie de pilaar over rechten en plichten van de bouwheer bij aanneming. Heeft u een concreet dossier waarin het schriftelijk contract ontbreekt en de discussie loopt vast? Reius Advocaten begeleidt particulieren en ondernemingen bij dergelijke bewijsdossiers. Contacteer ons via info@reius.be voor een eerste evaluatie.

Gerelateerde expertise

In België wordt de aansprakelijkheid van bouwactoren streng geregeld — van de voorlopige oplevering tot de tienjarige aansprakelijkheid. Reius beschermt uw positie.

Bouw & Aanneming

Veelgestelde vragen

Mag een aannemer zonder geschreven contract werken aanvatten?

Juridisch kan dat. Een aannemingsovereenkomst is consensueel: zij komt tot stand door wilsovereenstemming, niet door een geschrift. In bepaalde sectoren is een schriftelijk contract wel verplicht (bijvoorbeeld de Wet Breyne voor woningen op plan, of architectenovereenkomsten met particulieren), maar voor klassieke aannemingsrelaties geldt geen vormvereiste. Niet ideaal voor het bewijs, wel rechtsgeldig.

Hoe bewijs ik dat een aannemer zonder geschrift toch een opdracht heeft aanvaard?

Door zijn gedrag. Het Hof van Cassatie aanvaardt dat de uitvoering van werken, het bestellen van meerwerken, of het inontvangst nemen van betalingen een buitengerechtelijke bekentenis vormen die met alle bewijsmiddelen kan worden aangetoond (Cass. AR C.22.0134.N van 5 december 2022). E-mailwisseling, sms'en, werfbezoeken met getuigen, foto's met datumstempel, betalingsbewijzen: alles helpt mee om de overeenkomst te reconstrueren.

Wat als de prijs op de offerte hoger is dan de marktprijs?

De rechter heeft een marginale controlebevoegdheid op grond van de goede trouw (artikel 5.73 BW). Wanneer de aannemer zijn prijs niet kan rechtvaardigen — geen materiaalfacturen, geen vergelijkbare prijscatalogi, geen beschrijving van de prestaties — en u als bouwheer aantoont dat de prijs abnormaal hoog ligt, kan de rechter de prijs verminderen tot een normaal bedrag (Bergen 2 juni 2022, JLMB 2023, afl. 36, 1608). Drie vergelijkende offertes bij andere aannemers vormen een sterk bewijs.

Gelden de algemene voorwaarden van mijn aannemer ook als ik ze nooit ondertekend heb?

Niet automatisch. Het hof van beroep te Brussel oordeelde op 4 januari 2024 (JLMB 2024, afl. 27, 1204) dat een aannemer moet aantonen dat zijn algemene voorwaarden deel uitmaken van het contract — door een ondertekend exemplaar of minstens een reproductie van de ingeroepen clausule in de offerte. Een verwijzing op een factuur is doorgaans te laat. Bij B2C-relaties is daarbovenop de transparantievereiste van artikel VI.37 WER van toepassing.

Geldt deze regel ook voor gedeeltelijke architectenopdrachten?

Ja. De architectenovereenkomst is een dienstencontract waarvoor in B2C-context een schriftelijke overeenkomst verplicht is (artikel 21 KB van 18 april 1985). Bij ontbreken daarvan blijft de architect echter aansprakelijk voor zijn precontractuele informatieplicht (artikelen V.2 en VI.64 WER). Het hof van beroep te Antwerpen oordeelde op 6 juni 2023 (Antwerpen B2E2e k. nr. 2022/AR/272, Limb.Rechtsl. 2023, afl. 4, 327) dat een architect die zijn precontractuele informatieverplichtingen niet naleeft een fout begaat in de zin van artikel 1382 oud BW, met aansprakelijkheid voor de schade die daaruit voortvloeit. Voor meer over de aansprakelijkheid van de architect, zie de spoke over de architect zonder werfcontrole.

Wat als ik mondeling akkoord ging maar nu betwist wat we hadden afgesproken?

Dit is een klassiek bewijsprobleem. Beide partijen kunnen zich beroepen op artikel 8.31 BW (bewijs door gedrag) en artikel 8.4 BW (bewijslast volgt wie iets vordert). De rechter beoordeelt dan op basis van alle beschikbare elementen wie het meest aannemelijke verhaal vertelt: e-mailverkeer, getuigen, de evolutie van de werken, ontvangstbevestigingen, betalingen. Als particulier-consument geniet u nog een extra bescherming via artikel VI.37 § 2 WER: bij twijfel over de betekenis van een beding wordt de voor de consument gunstigste interpretatie gevolgd. Dit principe geldt naar analogie ook bij twijfel over wat mondeling werd overeengekomen, indien de aannemer kennelijk zijn informatie- en transparantieverplichting onvoldoende is nagekomen.

Heb ik als consument een herroepingsrecht bij een aannemingsovereenkomst?

Soms wel. Wanneer de overeenkomst tot stand kwam buiten de gebruikelijke verkoopruimte van de aannemer — bijvoorbeeld bij u thuis, na een onaangekondigd huisbezoek of na een verkooppraatje op een beurs — gelden de regels van artikel VI.67 e.v. WER. U beschikt dan over een termijn van 14 dagen om de overeenkomst zonder reden te herroepen, te rekenen vanaf de contractsluiting. De aannemer is verplicht u hierover schriftelijk te informeren. Verzuimt hij dat, dan wordt de herroepingstermijn verlengd tot 12 maanden plus 14 dagen. Komt de overeenkomst tot stand op de zetel of toonzaal van de aannemer, dan is er geen herroepingsrecht. Voor onlinecontracten gelden gelijkaardige regels.

Twijfelt u over uw situatie?

De advocaten van Reius staan voor u klaar voor persoonlijk juridisch advies.

Maak een afspraak →