Reius Advocaten – Vastgoedrecht Brussel

Advocaten - Avocats - Lawyers

Reius Advocaten · Louizalaan 363 bus 26 · 1050 Brussel · info@reius.be · +32 2 616 08 10 Afgedrukt op 1 november 2026
Bouw & Aanneming

Aannemingsrecht België: uw rechten bij bouw- en verbouwwerken

Vianto Pashku · · 13 min leestijd
Inhoudsopgave

Korte versie

Een aannemingsovereenkomst is meer dan een offerte en een handdruk. Deze gids legt uit wat u als bouwheer mag verwachten van uw aannemer en architect, hoe u reageert bij wanprestatie, en welke ingrijpende veranderingen het komende Boek 7 BO klaarzet voor de hele bouwsector.

Een nieuwbouw, een verbouwing of een renovatie. Op papier lijkt het eenvoudig: u tekent een offerte, de aannemer voert uit, u betaalt. In de praktijk loopt het zelden zo strak. De aannemer levert minder dan beloofd, vraagt meerwerken die nergens stonden, of legt de werf stil zonder uitleg. De architect tekent de plannen maar laat zich op de werf niet zien. Een onderaannemer eist plots betaling rechtstreeks bij u, ook al heeft u de hoofdaannemer al betaald. En achteraf blijkt dat een gebrek pas na drie jaar opduikt — bent u nog op tijd?

Het Belgische aannemingsrecht regelt al deze situaties, maar het is niet één wet. Het stoelt op klassieke bepalingen van het oud Burgerlijk Wetboek (artikelen 1779, 1787, 1792, 1794 en 1798), op het hervormde Boek 5 BW over verbintenissen, op een uitgebreid arsenaal aan rechtspraak van het Hof van Cassatie, en op het Wetboek Economisch Recht voor B2B-relaties. En het staat aan de vooravond van een grote hervorming: het wetsvoorstel Boek 7 BO van 16 april 2024 wil de aanneming integreren in een algemene dienstenovereenkomst, samen met bewaargeving en lastgeving.

Deze gids geeft u als bouwheer (of u nu particulier, ondernemer of vereniging van mede-eigenaars bent) een houvast bij elke fase van uw bouwproject. Van het eerste contract tot de oplevering, en van de waarschuwingsplicht tijdens de werken tot de tienjarige aansprakelijkheid daarna.

Wat is een aannemingsovereenkomst?

Een aannemingsovereenkomst is een contract waarbij één partij (de aannemer) zich verbindt om voor een andere partij (de bouwheer of opdrachtgever) een welbepaald werk uit te voeren tegen betaling van een prijs. De wet noemt dit ook "huur van werk" (artikelen 1779, 3° en 1787 oud BW). Het onderscheidt zich van de arbeidsovereenkomst door het ontbreken van een gezagsverhouding, en van de koopovereenkomst doordat het hoofddoel een prestatie is, niet de overdracht van een goed.

De aannemingsovereenkomst is een consensuele overeenkomst: ze komt tot stand door wilsovereenstemming, zonder vormvereisten. Het Hof van Cassatie bevestigde in zijn arrest van 5 december 2022 (AR C.22.0134.N) dat een aannemingsovereenkomst zelfs kan worden bewezen door het gedrag van een van de partijen, zoals het laten uitvoeren van meerwerken. Een buitengerechtelijke bekentenis (artikel 8.31 BW) levert hetzelfde bewijs op als een gerechtelijke bekentenis.

De prijs is een essentieel element. Staat hij niet vast bij contractsluiting, dan moet hij minstens bepaalbaar zijn. Een aannemer mag de prijs eenzijdig vaststellen, maar de rechter heeft een marginale toetsingsbevoegdheid op grond van de goede trouw, die de aannemer verbiedt een abnormaal hoge prijs te eisen.

Vóór de werken: contract, prijs en informatie

Schriftelijk of mondeling?

De wet verplicht geen geschrift voor de aannemingsovereenkomst zelf. Maar zonder schriftelijke neerslag wordt elk geschil een bewijsstrijd. Voor consumenten gelden bovendien specifieke informatieplichten van de onderneming op grond van het Wetboek Economisch Recht (artikelen V.2 en VI.37 WER): de voornaamste kenmerken van de dienst moeten duidelijk worden gecommuniceerd vóór contractsluiting. Een aannemer of architect die zich niet aan die transparantievereiste houdt, riskeert dat zijn ereloon- of prijsbedingen achteraf worden afgewezen wegens onduidelijkheid.

Voor wie geen schriftelijk contract heeft, lees dan onze gids over hoe u uw afspraken bewijst zonder schriftelijk contract met uw aannemer.

De vaste prijs en artikel 1793 BW

Wordt een vaste prijs ("forfait") afgesproken voor de oprichting van een gebouw, dan is artikel 1793 oud BW vandaag van toepassing. Dat artikel bepaalt dat een prijsverhoging enkel mogelijk is wanneer de bouwheer schriftelijk instemt met veranderingen of vergrotingen én wanneer de prijs van die wijzigingen wordt overeengekomen. Het is meer dan een bewijsregel: zonder geschrift is elke prijsverhoging onrechtmatig.

Het komende Boek 7 BO schaft dit artikel af. Niet omdat de bescherming van de bouwheer minder belangrijk wordt, maar omdat ze via de algemene precontractuele informatieplicht (artikel 5.16 BW) wordt opgevangen. Tot dan blijft de schriftelijke instemming dé regel.

Onrechtmatige bedingen ook tussen ondernemingen

Sinds 1 december 2020 geldt voor B2B-overeenkomsten een leer van onrechtmatige bedingen (artikelen VI.91/1 tot VI.91/10 WER). Bedingen die een kennelijk onevenwicht tussen rechten en plichten scheppen, zijn nietig. Dat geldt ook voor aannemingscontracten tussen ondernemingen, en zelfs voor een vereniging van mede-eigenaars met een professionele bestemming van meer dan 25%. Lees hierover onze gids over onrechtmatige bedingen in aannemingscontracten tussen ondernemingen.

Tijdens de werken: meerwerken, samenwerking en waarschuwingsplicht

Meerwerken: niet zomaar bijkomen op de eindfactuur

Een vaste prijs blijft een vaste prijs. Komt er bijkomend werk, dan vereist artikel 1793 oud BW schriftelijke instemming en een afgesproken prijs. Maar de praktijk is genuanceerder: het Hof van Cassatie aanvaardt dat het gedrag van partijen volstaat als bewijs. Een bouwheer die meerwerken laat uitvoeren en de aannemer toelaat verder te werken, kan moeilijk achteraf de betaling weigeren.

Tegelijk legt het Hof van Beroep te Antwerpen op 16 april 2024 (DAOR 2025, afl. 153, 20) een duidelijke informatieplicht op aan de aannemer. Bij gebrek aan duidelijke communicatie over meerwerken mag de consument ervan uitgaan dat alle uitgevoerde werken in de oorspronkelijke offerte zaten. De aannemer die zwijgt, betaalt zelf. Voor de volledige analyse, zie wanneer een aannemer u meerwerken mag aanrekenen.

Wanneer meerdere aannemers op één werf werken

Werkt u met een hoofdaannemer die zelf onderaannemers inhuurt, dan ligt de coördinatie bij die hoofdaannemer. Maar werkt u rechtstreeks met meerdere aannemers (bijvoorbeeld een ruwbouwer, een schrijnwerker en een installateur), dan ligt de coördinatie volgens artikel 7.4.10 van het ontwerp Boek 7 BO bij u, de bouwheer.

Dat is geen vrijgeleide voor de individuele aannemers. Artikel 7.4.28 BO bepaalt dat zij verplicht zijn samen te werken, met wederzijdse informatie-, raadgevings- en waarschuwingsverplichtingen. Het Hof van Cassatie hanteerde die regel al in zijn arrest van 20 mei 2021. De praktijk: bij scheuren in een betonvloer waar later vloerverwarming op werd geplaatst, hoeft u niet langer één individuele schuldige aan te wijzen — u kunt de aannemers gezamenlijk aanspreken op het ontbreken van afstemming. Zie hoe coördinatie en aansprakelijkheid werken bij meerdere aannemers op uw werf.

De aannemer als waakhond

Naast zijn uitvoerende taak heeft de aannemer een informatie- en waarschuwingsplicht. Hij moet u wijzen op risico's die hij als professioneel kent en u als leek niet noodzakelijk kunt inschatten. Het Hof van Beroep te Gent oordeelde op 4 oktober 2023 (TBO 2023, afl. 6, 279) dat een aannemer die graafwerken uitvoert nabij gas- of elektriciteitsleidingen een raadplegings-, lokalisatie- en overlegverplichting heeft, met sancties bij verzaken. Lees onze diepgaande analyse in welke gevolgen het heeft als uw aannemer u niet waarschuwde.

Oplevering en aanvaarding

De oplevering is het scharniermoment van elke aannemingsovereenkomst. Ze markeert de overgang van de uitvoeringsfase naar de waarborgfase, en ze bepaalt vanaf welk ogenblik welke termijnen lopen.

Klassiek wordt onderscheid gemaakt tussen de voorlopige oplevering (de werken zijn beëindigd, kleine restpunten kunnen nog vermeld worden in een proces-verbaal van voorbehouden) en de definitieve oplevering (alle restpunten zijn opgelost, de waarborgperiode begint te lopen). De voorlopige oplevering geldt vandaag als beginpunt van de tienjarige aansprakelijkheid van artikelen 1792 en 2270 oud BW.

Het ontwerp Boek 7 BO werkt met een monistisch systeem. Artikel 7.4.9 bepaalt dat de opdrachtgever de afgewerkte opdracht aanvaardt op het tijdstip van levering, uitdrukkelijk of stilzwijgend. Aanvaarding zonder voorbehoud houdt in dat de bouwheer bevestigt dat de opdracht tijdig is geleverd en vrij is van elk gebrek dat bij een aandachtig onderzoek door een redelijke bouwheer aan het licht kan komen. Verborgen gebreken vallen daar niet onder.

Artikel 7.4.24 BO koppelt eigendoms- en risico-overdracht aan de aanvaarding. De materialen die de aannemer levert, worden eigendom van de bouwheer naarmate ze worden geïncorporeerd in een goed waarop deze een eigendomsrecht heeft. Pas bij aanvaarding gaat het risico op de bouwheer over.

Wat als er gebreken zijn na oplevering?

Niet elk gebrek dat na oplevering opduikt, valt onder dezelfde regeling. Het Belgische aannemingsrecht onderscheidt twee grote categorieën, plus een derde regime in het komende Boek 7.

Lichte verborgen gebreken

Tekortkomingen die niet ernstig genoeg zijn om de stabiliteit van het gebouw te bedreigen, maar die u nooit zou hebben aanvaard als u ervan wist, vallen onder de lichte verborgen gebreken. Het Hof van Beroep te Antwerpen omschreef ze op 26 april 2022 (TBO 2023, afl. 5, 250) als gebreken in of rond het bouwwerk die buiten de tienjarige aansprakelijkheid vallen, maar die voldoende ernstig zijn om de aanvaarding te beïnvloeden. Ze zijn onderworpen aan een dubbele termijn: de vordering moet binnen een redelijke termijn worden ingesteld na ontdekking, én ze valt onder de tienjarige verjaringstermijn van artikel 2262bis BW vanaf de oplevering. Lees meer in hoe lang u tijd heeft bij lichte verborgen gebreken na oplevering.

Tienjarige aansprakelijkheid voor stabiliteitsbedreigende gebreken

Voor ernstige gebreken die de stevigheid van het gebouw of een hoofdbestanddeel aantasten, gelden de artikelen 1792 en 2270 oud BW. Deze aansprakelijkheid duurt tien jaar vanaf de aanvaarding van de werken en bindt zowel aannemer als architect. Cruciaal: het Hof van Cassatie bevestigde op 10 februari 2022 (AR C.19.0594.N) dat deze aansprakelijkheid de openbare orde raakt. Bedingen die haar contractueel beperken of uitsluiten, zijn nietig — ongeacht of de werken al dan niet zijn aanvaard. Voor de volledige analyse, zie onze gids over de tienjarige aansprakelijkheid van aannemer en architect.

Het komende monistische systeem

Het ontwerp Boek 7 BO vereenvoudigt en stemt af op het kooprecht. Artikel 7.4.17 voorziet een conformiteitstermijn van tien jaar vanaf aanvaarding voor alle conformiteitsgebreken. Artikel 7.4.18 vereist kennisgeving binnen redelijke termijn na ontdekking. Artikel 7.4.19 onderwerpt de vordering aan een verjaringstermijn van twee jaar vanaf kennisgeving, geschorst tijdens onderhandelingen of deskundigenonderzoek. Voor stabiliteitsbedreigende gebreken houdt artikel 7.4.49 een afzonderlijk regime over: tienjarige vervaltermijn vanaf aanvaarding, geen kennisgevingsverplichting, absolute nietigheid van bevrijdingsbedingen.

Wanneer u de samenwerking met de aannemer wilt beëindigen

Een bouwheer die de werken wil stopzetten, denkt vaak in één begrip: "ik beëindig". Juridisch zijn er drie verschillende wegen, met fundamenteel verschillende gevolgen.

Opzegging op grond van artikel 1794 oud BW

Artikel 1794 oud BW geeft de bouwheer het recht om de aannemingsovereenkomst eenzijdig op te zeggen, zelfs zonder fout van de aannemer. De prijs blijft dan in zekere zin verschuldigd: de aannemer moet vergoed worden voor zijn uitgaven, zijn geleverde prestaties en, behoudens andersluidende gebruiken, zijn gederfde winst. Het Hof van Beroep te Antwerpen oordeelde op 27 juni 2023 (NjW 2024, afl. 509, 831) dat een contractueel bedongen opzegvergoeding geen strafbeding is, niet toetsbaar is aan artikel VI.83 WER en niet vatbaar is voor matiging.

Ontbinding wegens wanprestatie

Wanneer de aannemer zwaar tekortschiet, kan de bouwheer de ontbinding van het contract vorderen op grond van artikel 5.90 BW. Anders dan opzegging werkt ontbinding retroactief: de overeenkomst wordt geacht nooit te hebben bestaan, met teruggave van wederzijdse prestaties. Het Hof van Beroep te Brussel bevestigde op 15 december 2022 (T.Aann. 2024, afl. 2, 166) dat ontbinding nog mogelijk is zelfs nadat de overeenkomst werd opgezegd.

Buitengerechtelijke ontbinding via kennisgeving

Sinds de hervorming van Boek 5 kan de schuldeiser het contract ontbinden door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de schuldenaar (artikel 5.93 BW). De kennisgeving moet de tekortkomingen vermelden en gebeurt op eigen risico. Bij betwisting controleert de rechter achteraf of aan de voorwaarden was voldaan. Een onregelmatige of abusieve buitengerechtelijke ontbinding is onwerkzaam (artikel 5.94 BW). Lees hierover hoe u een aannemer correct aan de deur zet — ontbinding of opzegging.

De architect en zijn verantwoordelijkheid

Voor werken waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, schrijft artikel 4 van de Wet van 20 februari 1939 de bijstand van een architect voor — zowel voor het opstellen van plannen als voor het toezicht op de uitvoering. Artikel 21 van het Reglement van beroepsplichten verbiedt de architect een opdracht voor uitvoeringsplannen te aanvaarden zonder gelijktijdig met de controle te zijn belast.

Wat als de bouwheer de architect ontheft van de controleopdracht? Het Hof van Cassatie nuanceerde op 15 september 2022 (AR C.22.0066.F) dat dit niet automatisch tot de nietigheid van de aannemingsovereenkomst leidt. En op 29 september 2022 (AR C.21.0491.F) preciseerde het Hof dat de ontheven architect geen burgerrechtelijke verplichting heeft zich ervan te vergewissen dat een andere architect de controle overneemt — alleen een informatieverplichting tegenover de vergunningverlenende overheid en de Raad van de Orde. Voor de volledige analyse, zie welke risico's u loopt met een architect zonder controle op de werf.

Naast deze klassieke regels gelden de algemene precontractuele informatieplicht (artikel 5.16 BW) en de mogelijke nietigheid wegens dwaling (artikel 5.33 BW). En sinds de Wet van 31 mei 2017 is een verplichte BA-verzekering voor de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van toepassing op architecten en aannemers actief in de bouwsector.

Onderaannemers en de rechtstreekse vordering

Wanneer een hoofdaannemer zijn onderaannemer niet betaalt, geeft artikel 1798 oud BW een wettelijke zekerheid: de onderaannemer kan de bouwheer rechtstreeks in betaling aanspreken voor de prestaties verricht ten behoeve van die bouwheer. Het Grondwettelijk Hof oordeelde in arrest nr. 81/2021 van 3 juni 2021 dat deze rechtstreekse vordering ook buitengerechtelijk kan worden uitgeoefend, via een aangetekend schrijven.

De vordering werkt zolang de schuldvordering van de hoofdaannemer op de bouwheer beschikbaar is. Het Hof van Beroep te Antwerpen wees in zijn arrest van 22 oktober 2020 (RW 2022-23, afl. 26, 1028) op de impact van een faillissement: vanaf het vonnis van faillietverklaring wordt de schuldvordering onbeschikbaar en kan de rechtstreekse vordering niet meer worden uitgeoefend. De Ondernemingsrechtbank Antwerpen bevestigde op 22 december 2022 (TBO 2023, afl. 3, 128) dat artikel 1798 BW van dwingend recht is — partijen kunnen de rechtstreekse vordering niet contractueel uitsluiten. Voor het complete plaatje, zie hoe een onderaannemer een bouwheer rechtstreeks kan aanspreken.

Wat verandert er met het komende Boek 7 BO?

Het wetsvoorstel Boek 7 BO van 16 april 2024 wil de aanneming integreren in een algemene dienstenovereenkomst, samen met bewaargeving en lastgeving. De krachtlijnen: vereenvoudiging, herstructurering, coherentie, en afstemming op het kooprecht. De vernieuwingen zijn grotendeels van vormelijke aard en knopen aan bij de Belgische rechtstraditie.

Concrete gevolgen voor de aanneming: artikel 1793 oud BW wordt afgeschaft, artikel 1795 oud BW (over overlijden van de aannemer) verdwijnt, de tienjarige aansprakelijkheid wordt heringekleed als "stabiliteitsbedreigende conformiteitsgebreken" (artikel 7.4.49), de samenwerkingsplicht tussen aannemers wordt gecodificeerd (artikel 7.4.28), en de rechtstreekse vordering van de onderaannemer wordt uitgebreid en gemoderniseerd (artikel 7.4.31).

Wanneer treedt het in werking? Het wetsvoorstel moet de parlementaire weg nog volledig afleggen. Onder de vorige regering raakte het niet door; onder de huidige regering ligt het opnieuw op tafel. Een definitieve datum is er nog niet, en zelfs als het wetsvoorstel wordt aangenomen, zal er een overgangsregime gelden. Voor lopende contracten en projecten blijft het oud Burgerlijk Wetboek dus voorlopig de referentie. Een specifieke risicozone is bouwen zonder geldige vergunning en wat dat doet met uw aannemingsovereenkomst.

Wanneer juridische bijstand inschakelen?

Niet elk meningsverschil met een aannemer of architect vraagt om een advocaat. Maar wel: zodra u een ingebrekestelling overweegt, een ontbinding wilt inroepen, of geconfronteerd wordt met een tienjarige aansprakelijkheidsclaim. Ook bij twijfel over de geldigheid van algemene voorwaarden, bij rechtstreekse vorderingen van onderaannemers, of bij vergunningsproblemen na de start van de werken is juridisch advies geen luxe.

Reius Advocaten begeleidt particulieren, ondernemingen en verenigingen van mede-eigenaars bij elk soort aannemingsgeschil. Wij werken zowel preventief (contractnazicht, opvolging van de werf) als curatief (ingebrekestelling, dagvaarding, vertegenwoordiging in expertise). Contacteer ons via info@reius.be of via het contactformulier voor een eerste analyse van uw dossier.

In re. In jure — Grondig in de feiten. Doordacht in het recht.

Gerelateerde expertise

In België wordt de aansprakelijkheid van bouwactoren streng geregeld — van de voorlopige oplevering tot de tienjarige aansprakelijkheid. Reius beschermt uw positie.

Bouw & Aanneming

Veelgestelde vragen

Heb ik een schriftelijk contract nodig met mijn aannemer?

Wettelijk niet. De aannemingsovereenkomst is consensueel en komt tot stand door wilsovereenstemming. Maar zonder schriftelijke neerslag wordt elk geschil een bewijsstrijd. Het Hof van Cassatie bevestigde op 5 december 2022 dat een aannemingsovereenkomst kan worden bewezen door het gedrag van partijen, maar dat is geen vervanging voor een goed contract. Voor consumenten bestaat bovendien een precontractuele informatieplicht in het Wetboek Economisch Recht: krijgt u die niet, dan kan u zich daarop beroepen. Onze raad blijft: spreek schriftelijk af, ook bij kleine werken.

Mijn aannemer heeft de werken stilgelegd: wat kan ik doen?

Eerst een schriftelijke ingebrekestelling met termijn waarin u de hervatting eist. Reageert hij niet, dan heeft u drie wegen: opzegging op grond van artikel 1794 oud BW (met vergoeding van prestaties en winstderving), gerechtelijke ontbinding op grond van artikel 5.90 BW (retroactief, mits ernstige wanprestatie), of buitengerechtelijke ontbinding via kennisgeving op grond van artikel 5.93 BW (op eigen risico). De keuze hangt af van uw bewijspositie. Laat u juridisch begeleiden — een verkeerde stap leidt tot tegen-claims.

Hoe lang ben ik beschermd tegen verborgen gebreken na oplevering?

Twee regimes lopen naast elkaar. Voor lichte verborgen gebreken: een redelijke termijn na ontdekking om uw aannemer in gebreke te stellen, plus een tienjarige verjaringstermijn vanaf de oplevering. Voor stabiliteitsbedreigende gebreken: tien jaar vanaf aanvaarding, zonder kennisgevingstermijn maar met de verplichting om binnen die tien jaar in rechte op te treden. Komt het Boek 7 BO erdoor, dan wordt dat een conformiteitstermijn van tien jaar plus een verjaringstermijn van twee jaar na kennisgeving.

Kan ik mijn aannemingsovereenkomst opzeggen zonder boete?

Artikel 1794 oud BW geeft u dat recht, maar u moet de aannemer wel vergoeden voor zijn uitgaven, zijn geleverde prestaties en zijn gederfde winst. Een contractuele opzegvergoeding is geldig en niet matigbaar. Wilt u zonder vergoeding beëindigen, dan moet u kunnen aantonen dat de aannemer ernstig tekortschoot — daar speelt ontbinding wegens wanprestatie. Beide wegen hebben fundamenteel andere gevolgen voor wie wat verschuldigd is.

Wat is het verschil tussen voorlopige en definitieve oplevering?

De voorlopige oplevering bevestigt dat de werken zijn beëindigd, mogelijks met restpunten in een proces-verbaal van voorbehouden. Vanaf dat ogenblik begint de tienjarige aansprakelijkheid te lopen, en gaat het risico van de werf over op de bouwheer. De definitieve oplevering volgt na een waarborgperiode (vaak een jaar) waarin restpunten worden opgelost. Het ontwerp Boek 7 BO werkt met één moment van aanvaarding, in plaats van het dubbele systeem.

Moet ik betalen voor meerwerken die niet op papier staan?

Niet automatisch. Bij een vaste prijs vereist artikel 1793 oud BW schriftelijke instemming voor prijsverhoging. Maar het Hof van Cassatie aanvaardt dat het gedrag van partijen volstaat als bewijs — laat u meerwerken uitvoeren zonder protest, dan kan dat als instemming gelden. Omgekeerd: bij gebrek aan duidelijke informatie van de aannemer over meerwerken, mag u als consument ervan uitgaan dat alle uitgevoerde werken in de oorspronkelijke offerte zaten (Antwerpen 16 april 2024).

Wie is aansprakelijk als verschillende aannemers op mijn werf werken?

Werkt u met een hoofdaannemer, dan is hij verantwoordelijk voor de coördinatie van zijn onderaannemers. Werkt u met meerdere aannemers met elk een afzonderlijk contract, dan ligt de coördinatie volgens artikel 7.4.10 BO bij u. Maar de aannemers blijven onderling tot samenwerking gehouden (artikel 7.4.28 BO en Cass. 20 mei 2021). Bij gebrekkige afstemming kunt u hen gezamenlijk aanspreken zonder dat u één individuele schuldige hoeft aan te wijzen.

Wanneer treedt het nieuwe Boek 7 Burgerlijk Wetboek in werking?

Het wetsvoorstel van 16 april 2024 ligt op tafel maar is nog geen wet. Onder de vorige regering raakte het niet door de parlementaire molen; onder de huidige regering ligt het opnieuw ter bespreking. Een datum is er niet. Tot de wet effectief in werking treedt, blijft het oud Burgerlijk Wetboek (artikelen 1779-1799) de basis voor aannemingsovereenkomsten. Bij inwerkingtreding zal er een overgangsregime gelden voor lopende contracten.

Twijfelt u over uw situatie?

De advocaten van Reius staan voor u klaar voor persoonlijk juridisch advies.

Maak een afspraak →