Reius Advocaten – Vastgoedrecht Brussel

Advocaten - Avocats - Lawyers

Reius Advocaten · Louizalaan 363 bus 26 · 1050 Brussel · info@reius.be · +32 2 616 08 10 Afgedrukt op 1 november 2026
Appartement & Mede-eigendom

Toepassingsgebied appartementswet: geldt ze voor uw gebouw?

Door Vianto Pashku, advocaat · · 6 min leestijd
Inhoudsopgave

Korte versie

Het appartementsrecht reikt verder dan het klassieke gebouw met verdiepingen: het geldt ook voor vakantieparken, horizontaal opgesplitste sites en mede-eigendommen met slechts twee kavels. Ontdek wanneer het dwingende regime speelt, of u een gebouw eraan kunt onttrekken en wat de gevolgen zijn.

Wanneer is het appartementsrecht eigenlijk van toepassing? Voor wie een klassiek appartementsgebouw met verdiepingen voor ogen heeft, lijkt het antwoord vanzelfsprekend. Maar de regels van de zogenaamde appartementswet — vandaag terug te vinden in Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek — reiken verder dan dat. Ze gelden ook voor vakantieparken, voor horizontaal opgesplitste sites en zelfs voor kleine mede-eigendommen met slechts twee kavels. Tegelijk is het mogelijk om een gebouw onder bepaalde voorwaarden aan die regeling te onttrekken. Dit artikel zet uiteen wanneer het regime speelt en wat de gevolgen zijn.

Wat bepaalt het toepassingsgebied?

Artikel 3.84 BW omschrijft het toepassingsgebied van het appartementsrecht. Het regime is van toepassing op elk onroerend goed waarvan de eigendom verdeeld is over verschillende kavels die elk een privatief deel en een aandeel in gemeenschappelijke delen bevatten.

Cruciaal is dat artikel 3.84 zowel de verticale als de horizontale splitsing dekt. De klassieke verticale splitsing — een gebouw opgedeeld in verdiepingen en appartementen — is de bekende vorm. Maar ook een horizontale splitsing van functioneel samenhangende gebouwen valt eronder. Zodra er privatieve kavels met gemeenschappelijke delen bestaan en die delen gezamenlijk beheerd moeten worden, is het appartementsrecht in beginsel van toepassing.

Dat heeft tot gevolg dat verenigingen van mede-eigenaars ontstaan in situaties die men op het eerste gezicht niet als een "appartementsgebouw" zou bestempelen.

Vakantieparken en onbebouwde percelen

Een sprekend voorbeeld behandelde de vrederechter van Dinant op 11 augustus 2023. Het ging om een vakantiedorp of weekendverblijfpark met onder meer onbebouwde percelen. De vraag was of de eigenaars van die niet-bebouwde percelen moesten bijdragen in de gemeenschappelijke lasten.

De rechter oordeelde dat ook eigenaars van onbebouwde percelen aansprakelijk zijn voor hun aandeel in de gemeenschappelijke lasten, ongeacht of het perceel bewoond of bebouwd is, en ongeacht of het effectief afval of ander verbruik genereert. Het lidmaatschap van de vereniging van mede-eigenaars en de bijdrageplicht vloeien voort uit het eigendomsrecht op een kavel, niet uit het feitelijke gebruik ervan.

Dat is een belangrijke nuance voor wie een bouwgrond of een onbebouwd lot bezit binnen een groter, gezamenlijk beheerd domein: u draagt mee in de lasten, ook als u er nog niet woont of bouwt.

Kleine mede-eigendommen: ook met twee kavels

Het appartementsrecht geldt niet alleen voor grote complexen. Ook een gebouw met slechts twee kavels van verschillende eigenaars valt onder het regime. Dat heeft concrete gevolgen, met name voor het beheer.

De vrederechter van Oostende bevestigde in een vonnis van 19 december 2023 dat de aanstelling van een syndicus wettelijk verplicht is in elk gebouw met twee of meer kavels van verschillende eigenaars (artikel 3.90 BW). Die verplichting geldt zelfs wanneer het gebouw maar twee eigenaars telt. De vereniging van mede-eigenaars moet bovendien ingeschreven zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen en over een ondernemingsnummer beschikken.

Dat is een veelgemaakte vergissing bij kleine mede-eigendommen. Twee buren die elk een helft van een opgesplitst herenhuis bezitten, denken vaak dat ze hun zaken informeel kunnen regelen. Juridisch vormen zij echter een VME en moeten zij een syndicus aanstellen. Doen ze dat niet, dan kan de aanstelling van een syndicus door de vrederechter worden gevorderd, en kan een vordering over de gemeenschappelijke delen niet geldig worden ingesteld zolang de VME niet valabel in rechte is vertegenwoordigd.

Het in scope zijn brengt nog andere verplichtingen mee die kleine mede-eigendommen vaak verrassen. Zo geldt ook voor hen de wettelijke plicht om een reservekapitaal aan te leggen voor niet-periodieke uitgaven, naast het werkkapitaal voor de gewone, terugkerende kosten (artikel 3.86 § 3 BW). Dat reservekapitaal kan in beginsel niet zomaar worden teruggestort: de vrederechter van Genk vernietigde op 13 februari 2024 een beslissing waarbij een VME het reservekapitaal wou terugstorten met miskenning van de quotiteiten. Wie eigenaar wordt, neemt het gebouw met zijn financiële geschiedenis erbij — een gegeven dat juist bij overdracht van een kavel tot betwisting leidt.

Een gebouw onttrekken aan het regime

De wet laat onder voorwaarden toe om een gebouw aan het appartementsrecht te onttrekken via een zogenaamde verkorte basisakte. Dat kan zinvol zijn bij kleine of eenvoudige constructies waar een volwaardig VME-beheer onnodig zwaar zou zijn. Maar die onttrekking heeft gevolgen, ook voor de onderlinge verhoudingen tussen de eigenaars.

De vrederechter van Deurne behandelde op 1 maart 2023 een geval waarin een gebouw aan de appartementswet was onttrokken. Er was schade aan een afvoerbuis die dringend hersteld moest worden. Een van de mede-eigenaars, zaakvoerder van een aannemersbedrijf, liet de herstelling uitvoeren en factureerde die via zijn vennootschap aan de andere mede-eigenaars. Hij baseerde zijn vordering op zaakwaarneming.

De rechter wees die vordering af. De vennootschap was een derde en niet zelf mede-eigenaar, en door commercieel te factureren werd de grens van de onbaatzuchtigheid overschreden die aan zaakwaarneming eigen is. Het vonnis toont dat het onttrekken aan het appartementsrecht de onderlinge afrekeningen niet vereenvoudigt, maar net nieuwe discussies kan oproepen over wie wat mag factureren en op welke grond.

Dwingend recht: geen contractuele afwijking

Een laatste, fundamenteel kenmerk: de bepalingen van het appartementsrecht zijn van dwingend recht (artikel 3.100 BW). De vrederechter van Genk bevestigde dat op 13 februari 2024. Dat betekent dat men er niet vrij van kan afwijken in de statuten of via onderlinge afspraken.

Een clausule in de basisakte of een beslissing van de algemene vergadering die ingaat tegen een dwingende wetsbepaling, mist uitwerking. Zo kan een promotor geen toelating geven die het reglement of de wet omzeilt, en kan de VME bepaalde wettelijke verplichtingen — zoals de aanstelling van een syndicus of de aanleg van een reservekapitaal — niet zomaar wegcontracteren. Het dwingende karakter beschermt elke mede-eigenaar tegen statutaire constructies die zijn wettelijke rechten zouden uithollen.

Wie bepaalt of iets onder de statuten valt?

Het toepassingsgebied roept ook de vraag op wie uiteindelijk beslist of een bepaald gebruik of een bepaalde exploitatie binnen de bestemming van het gebouw past. Die beoordeling komt niet toe aan de algemene vergadering, maar aan de rechter. De vrederechter van Oostende oordeelde op 10 oktober 2023 dat het de rechtbank is — en niet de algemene vergadering — die soeverein bepaalt of een exploitatie onder de basisakte valt. De algemene vergadering kan dus niet zelf bindend beslissen dat een bepaald gebruik van een kavel buiten de statuten valt; zij kan haar standpunt aan de rechter voorleggen, die oordeelt op grond van de aan tegenspraak onderworpen gegevens.

Dat is een belangrijke waarborg. Een meerderheid kan een minderheidseigenaar niet uit zijn gebruik wegstemmen door eenzijdig te verklaren dat zijn activiteit niet strookt met de bestemming. De feitelijke en juridische kwalificatie blijft een rechterlijke bevoegdheid, wat de individuele mede-eigenaar bescherming biedt tegen een al te ruime lezing van de statuten door de groep.

Praktisch besluit

Het toepassingsgebied van de appartementswet is breder dan veel mensen denken: het dekt verticale én horizontale splitsing, vakantieparken met onbebouwde percelen, en zelfs mede-eigendommen met twee kavels. Onttrekken kan, maar vereenvoudigt de verhoudingen niet noodzakelijk, en het dwingende karakter laat weinig ruimte voor maatwerk. Wie wil weten hoe de VME concreet functioneert eens het regime speelt, vindt het overzicht in onze pilaar over de bevoegdheden en werking van de VME.

Twijfelt u of uw situatie onder het appartementsrecht valt, of overweegt u een gebouw eraan te onttrekken? Reius Advocaten beoordeelt uw basisakte en de gevolgen voor het beheer. Neem contact op via info@reius.be.

In re. In jure — Grondig in de feiten. Doordacht in het recht.

Gerelateerde expertise

Mede-eigendom — appartementsrecht, gedwongen mede-eigendom en de werking van de VME — is een complex rechtsgebied dat voortdurend evolueert. Reius biedt heldere oplossingen.

Mede-eigendom

Veelgestelde vragen

Wanneer is het appartementsrecht van toepassing op mijn gebouw?

Volgens artikel 3.84 BW geldt het appartementsrecht voor elk onroerend goed waarvan de eigendom verdeeld is over verschillende kavels die elk een privatief deel en een aandeel in gemeenschappelijke delen bevatten. Het dekt zowel de klassieke verticale splitsing in verdiepingen als de horizontale splitsing van functioneel samenhangende gebouwen. Zodra er privatieve kavels met gezamenlijk beheerde gemene delen bestaan, speelt het regime.

Geldt de appartementswet ook voor een gebouw met maar twee eigenaars?

Ja. Elk gebouw met twee of meer kavels van verschillende eigenaars valt onder het regime. De aanstelling van een syndicus is dan wettelijk verplicht (artikel 3.90 BW), ook bij slechts twee eigenaars, en de VME moet ingeschreven zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Veel kleine mede-eigendommen vergissen zich hierin en regelen hun zaken ten onrechte informeel.

Moeten eigenaars van onbebouwde percelen in een park bijdragen in de lasten?

Ja. De vrederechter van Dinant oordeelde op 11 augustus 2023 dat ook eigenaars van onbebouwde percelen aansprakelijk zijn voor hun aandeel in de gemeenschappelijke lasten, ongeacht of het perceel bewoond, bebouwd is of verbruik genereert. De bijdrageplicht vloeit voort uit het eigendomsrecht op de kavel, niet uit het feitelijke gebruik ervan.

Kan ik een gebouw onttrekken aan de appartementswet?

Onder voorwaarden wel, via een zogenaamde verkorte basisakte. Dat kan zinvol zijn bij kleine of eenvoudige constructies waar een volwaardig VME-beheer onnodig zwaar is. Houd er rekening mee dat de onttrekking de onderlinge verhoudingen niet noodzakelijk vereenvoudigt: zoals een Deurns vonnis van 1 maart 2023 toont, kan ze net nieuwe discussies oproepen over afrekeningen.

Dekt de appartementswet ook horizontale splitsing en domeinen?

Ja. Artikel 3.84 BW dekt uitdrukkelijk zowel de verticale splitsing in verdiepingen als de horizontale splitsing van functioneel samenhangende gebouwen. Daardoor vallen ook vakantiedorpen, weekendverblijfparken en grotere domeinen met gemeenschappelijk beheerde delen onder het regime, met de bijbehorende VME-verplichtingen.

Zijn de regels van het appartementsrecht dwingend?

Ja. Artikel 3.100 BW bepaalt dat het appartementsrecht van dwingend recht is, zoals de vrederechter van Genk op 13 februari 2024 bevestigde. Men kan er niet vrij van afwijken in de statuten of via onderlinge afspraken. Een clausule die ingaat tegen een dwingende wetsbepaling mist uitwerking en biedt geen bescherming.

Wat als een kleine mede-eigendom geen syndicus aanstelt?

Dan kan elke mede-eigenaar de aanstelling van een syndicus vorderen bij de vrederechter. Zolang er geen syndicus is, is de VME niet valabel in rechte vertegenwoordigd en kan een vordering over de gemeenschappelijke delen niet geldig worden ingesteld. De wettelijke verplichting tot aanstelling geldt vanaf twee kavels van verschillende eigenaars.

Kan een mede-eigenaar herstellingen aan andere mede-eigenaars factureren?

Niet zonder meer. In een Deurns vonnis van 1 maart 2023 liet een mede-eigenaar, zaakvoerder van een aannemersbedrijf, een dringende herstelling via zijn vennootschap factureren aan de anderen op grond van zaakwaarneming. De rechter wees dit af: de vennootschap was een derde, en door commercieel te factureren werd de aan zaakwaarneming eigen grens van onbaatzuchtigheid overschreden.

Twijfelt u over uw situatie?

De advocaten van Reius staan voor u klaar voor persoonlijk juridisch advies.

Maak een afspraak →